DEFINITE ARTICLES: The difference between “de” and “het” made easy!

Photo of Nout Van Den Neste with title "de or het - definite articles""

Definite articles are easily identifiable, with 70% of the singular substantives taking “de” and 30% taking “het”. In plural, all of the definite substantives will automatically take “de”. Meaning, if you’re unsure, just go with “de” and you’re likely to get it right most of the times. In general though, there aren’t many useful rules for students to know when an article has “de” or “het” so my advice is to study it together with the word when revising your vocabulary.

THE GUIDELINES

That being said, we can however give you some rough guidelines when it would be one or the other which means that when you come across new vocabulary from one of the following categories, you can with an almost mathematical precision determine the correct article.

1. HET

  • mostly for diminutives which in Dutch you can recognize by the “je” at the end of the word (het meisje, het zonnetje, het biertje, het katje …)
  • for languages, but only in very specific situations when talking about the characteristics of a specific language, e.g. “Het Nederlands is een moeilijke taal”.
  • some very common, high-frequency “het”-words in Dutch are:
    het boek, het adres, het antwoord, het alfabet, het cijfer, het feest, het fruit, het geld, het gezicht, het haar, het hart, het hoofd, het huis, het jaar, het kind, het land, het lichaam, het licht, het lokaal, het mes, het nummer, het oog, het oor, het papier, het raam, het venster, het station, het uur, het weer, het werk, het woord, het zout

2. DE

  • for people and professions: de vader, de moeder, de zoon, de dochter, de broer, de ingenieur, de dokter, de verkoper, de journalist, de tandarts, etc.
    BUT: het meisje, het kind
  • for transportation: de trein, de bus, de metro, de tram, de taxi, de boot, etc.
    BUT:  het vliegtuig, het schip
  • for liquids and drinks: de olie, de koffie, de wijn, de alcohol, de melk, de thee
    BUT: het water, het sap, het bier
  • for fruits: de appel, de banaan, de peer, de sinaasappel, de meloen, de perzik, de mango, etc.

As an extra help, feel free to check out these sites & helpful app:

1 Comment

  1. […] that we’ve seen the definite and indefinite articles in Dutch, how should you know when to use which? Well, it’s of course […]

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Scroll to top