GRAMMAR: Modal Verbs in Dutch: kunnen, mogen, moeten

modal verbs

Do you also find it hard to keep the meaning of the Dutch modal verbs “kunnen”, “mogen” and “moeten” apart? And what happens to them when we throw in the negation? Not to worry, in this blog post and accompanying video I’ll explain to you just that plus I’ll give you some very concrete examples that will make it easier for you to remember what these verbs mean.


If you don’t remember how to use auxiliary verbs and how this whole rule with the infinitive and eindgroep works, please check out my previous article and video on that topic first! Modal verbs are basically a type of auxiliary verb (verbs that will be combined with other verbs) and they indicate a certain “modality” of the main, central verb. I’ve selected the three most important (and confusing) ones for you: “kunnen”, “mogen” and “moeten”.


With regards to their respective meanings, let’s try to be precise as possible:

“kunnen” = to be able to, to be possible to

“mogen” = to be allowed to, to be permissible

“moeten” = to have to, to be obligatory

For the purpose of understanding, let’s look at how these verbs would work in examplary sentences in very concrete situations.

In een museum kan je naar kunst kijken. = In a museum, it’s possible to look at art.

In een museum mag je fluisteren. = In a museum, you’re allowed to whisper.

In een museum moet je een ticket kopen. = In a museum, you have to buy a ticket.


Now, let’s look at the very irregular verb conjugation:

jij / je
kunt (*)
hij / zij / zemoetmagkan
wij / wemoetenmogenkunnen
zij / zemoetenmogenkunnen

(*) this variation is a bit more formal, mostly used with “u” although in written and spoken language also with “jij/je”. Basically, if you always use “kan”, it’s always going to be correct.


Finally, let’s look at how the negation will affect the meaning and usage of these modal verbs, keeping their original meanings in mind. If you don’t remember how the negation in Dutch works, check out my previous articles on “geen” and “niet” first.

Here’s how the negation has an impact on the meaning of modal verbs:

“niet kunnen”: to not be able to, to not be possible

“niet mogen”: to not be allowed to, to not be permissible

“niet moeten”: to not have to, to not be obligatory to

Finally, some examplary sentences for good form:

In een museum kan je niet bowlen. = In a museum it’s not possible to bowl.

In een museum mag je niet roepen. = You’re not allowed to shout in a museum.

In een museum moet je niet alle kunstwerken zien. = In a museum, you don’t have to watch all of the works of art.


Finally, here’s an exercise. Try to fill in an activity into this table overivew for each verb and location. The solutions you’ll find below.

naar luide muziek luisteren / de rekeningen betalen / naar televisie kijken / de rekening betalen / iets eten en drinken / naar muziek luisteren / een kaartje kopen / een dutje doen / in het gras liggen / alcohol drinken / je afval opruimen / op de paden wandelen

in een parkin een restaurantin de busthuis
kunnenin het gras liggen



met de kinderen spelen / vuilnis achterlaten / bowlen / met de chauffeur praten / fietsen / cannabis kweken / koken / met medepassagiers spreken / elke dag schoonmaken / alcohol drinken / de andere klanten storen / naar kunst kijken

in een parkin een restaurantin de busthuis
niet kunnenbowlen

niet mogen

niet moeten


in een parkin een restaurantin de busthuis
kunnenin het gras liggen iets eten en drinkeneen dutje doen naar televisie kijken
mogende hond uitlatenalcohol drinkennaar muziek luisterennaar luide muziek luisteren 
moetenje afval opruimende rekening betalen een kaartje kopende rekeningen betalen
niet kunnennaar kunst kijkenfietsenkokenbowlen 
niet mogenvuilnis achterlatende andere klanten storenmet de chauffeur praten cannabis kweken
niet moetenmet de kinderen spelen alcohol drinkenmet medepassagiers sprekenelke dag schoonmaken

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Scroll to top