GRAMMAR: Negation with “geen”

Negating a Dutch sentence is a problem for many students, but it’s easier than it looks. You can basically negate the Dutch sentence with two words: either “geen” or “niet”. In this article, I want to show you how to use the negation with “geen” correctly.

THE THEORY

Before continuing, you might want to go through the article about indefinite nouns and how to recognize them here. Basically, we use “geen” to negate the indefinite nouns which exert such a power, that they automatically take the negation with “geen”. Basically, that means that if a sentence has a sentence part without any article (in the case of uncountable nouns or indefinite nouns in plural) or that has the indefinite article “een”, negation with “geen” would be your best bet!

I. UNCOUNTABLE NOUNS (Article = (X))

As you’ll notice, none of these nouns have an article. They’re all uncountable and used indefinitely.

Ik drink melk. ⇒ Ik drink geen melk.
Ik eet chocolade. ⇒ Ik eet geen chocolade.
Dit is plastiek. ⇒ Dit is geen plastiek.
Een kat eet vlees. ⇒ Een koe eet geen vlees. 
Ik spreek Nederlands. ⇒ Ik spreek geen Koreaans.
Vanavond hebben we les. ⇒ Morgenavond hebben we geen les. 
Heb je zin? ⇒ Nee, ik heb geen zin. 
Ik drink alcohol. ⇒ Moslims drinken meestal geen alcohol. 
Ik heb vanavond tijd. ⇒ Op dit moment heb ik geen tijd. 
Hij heeft geld. ⇒ Zij heeft geen geld. 
Het is mooi weer. ⇒ Het is geen mooi weer. 

II. COUNTABLE NOUNS (Article = EEN / (X))

These nouns are countable and will in singular form take the article “een” or in plural, no article at all. In some of these questions and answers, some nouns will be turned into plural when it’s a general statement. If in doubt, just follow English, because it’s mostly the same.

SINGULAR (with the article “een”)

Ik heb een broer. ⇒ Ik heb geen broers (of zussen).
Mijn zus heeft een dochter. ⇒ Ik heb geen kinderen. 
Mijn vriendin heeft een kat. ⇒ Ik heb geen huisdieren.
Ik koop een nieuwe auto. ⇒ Mijn vader koopt geen nieuwe auto.
We hebben een tuin. ⇒ Zij hebben geen tuin, ze wonen in een appartement.
Ik vind dat een goede film. ⇒ Ik vind dat geen goede film. 

PLURAL (without an article)

Mijn broer rookt sigaretten. ⇒ Ik rook geen sigaretten, maar cigaren. 
Wij hebben enkele problemen.⇒ Zij hebben geen problemen. 
Mijn moeder heeft drie planten. ⇒ Ik heb geen planten. 
Nederland heeft mooie steden. ⇒ De Noordpool heeft geen mooie steden. 

PRACTICE MAKES PERFECT

Check out these exercises on NT2 Taalmenu!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Scroll to top